Als ik het nou gewoon niet opschrijf en die werkgever er niet naar vraagt. Misschien, ja heel misschien hoeven we het dan niet over dat gat op mijn CV te hebben. Nogal wat kandidaten bedrijven op dit punt struisvogelpolitiek. Dat je kop in het zand steken geen duurzame strategie is, wisten we al. Dat dit ook geldt voor solliciteren, ligt dan ook voor de hand. Maar waarom die slapende hond wakker maken en dat gat benoemen als je ook kunt struisvogelen?
Omdat je jezelf er in een totaal afhankelijke positie mee plaatst als sollicitant. Je geeft werkgevers de kans zelf vrij te associëren: ‘’Vast met pek en veren de laan uit gestuurd bij de vorige.’’ ‘’Lijkt een type dat net uit een burn-out opkrabbelt.’’ ‘’Zeker een ‘moetje’ van het UWV.’’ Ik hoor ze al over de HR-bureaus vliegen, die aannames. Het lijkt mij een stuk zinvoller dit te voorkomen en zelf de regie te nemen. Door, heel simpel eigenlijk, te benoemen dat het gat er is. Leg uit hoe het er kwam. Licht toe wat je ervan leerde. Misschien zelfs wat de toekomstige werkgever daaraan heeft. Trek met andere woorden de kop uit het zand en benoem man en paard.
Overtuigend communiceren is de rode draad in mijn werk. Mijn visie hierop vertaalde ik naar sollicitatiebrieven voor werkzoekenden en vacatureteksten voor werkgevers, en ook naar klantcommunicatie en winnende offerteteksten. Eens in de twee weken laat ik mijn licht schijnen op een actueel arbeidsmarktvraagstuk in zaterdageditie van De Financiële Telegraaf (DFT).