Een gevalletje eenheidsworst. Zo typeren veel werkgevers de sollicitatiebrieven die ze ontvangen. Interessante vraag is aan wie dit ligt. Is het de sollicitant die zich er makkelijk vanaf maakt, die niet alles uit de kast haalt om zich positief te onderscheiden met zijn brief? Wel als je het werkgevers vraagt. Niet als je het de gemiddelde sollicitant vraagt. Want zonder nuttige input (vacaturetekst) geen fatsoenlijke output (sollicitatiebrief). Wat voor output ontvangen werkgevers zoal? Brieven die zo algemeen zijn dat ze net zo goed naar een marketingbureau als naar een bank gestuurd konden zijn. Brieven die vol staan met termen die niet zouden misstaan op een bullshit bingokaart (Google eens om zelf een rondje te spelen). Brieven ook die weinig concrete voorbeelden bevatten over wát iemand dan zo pro-actief, analytisch of flexibel maakt.
Laat ik vooropstellen dat ook ik vind dat de gemiddelde sollicitatiebrief wel wat concreter en meer onderscheidend mag. Maar een van de oorzaken zit in de vacatureteksten. Die staan óók vol met containerbegrippen en algemene termen. Tijd om de hand in eigen boezem steken dus. Werkgever én sollicitant: geef de ander eens wat concretere input. Het maakt solliciteren een stuk makkelijker. En leuker.
Overtuigend communiceren is de rode draad in mijn werk. Mijn visie hierop vertaalde ik naar sollicitatiebrieven voor werkzoekenden en vacatureteksten voor werkgevers, en ook naar klantcommunicatie en winnende offerteteksten. Eens in de twee weken laat ik mijn licht schijnen op een actueel arbeidsmarktvraagstuk in zaterdageditie van De Financiële Telegraaf (DFT).